- dichters |
- dichttalent |
- shop |
- colofon |
- contact |
Ik vroeg de vuilnisman naar het laatste nieuws
uit mijn stad, hij die overal komt en alles hoort
Hij stond tussen barstende containers en troep
en zweeg en zwoegde voort
Ik vroeg het de hond die rillend zijn poot hief
kibbelde in de Besterd met de kauwer van qat
Hij spoog op de stoep een fluim blad en bloed
slechts vijfmaal daags zijn lusten revend
Ik vroeg het de spiedende ogen uit den hoge
gleed uit over de tandeloze dames in het park
die je voor een prikkie verlossen van je kwak
hun ziel verpandend voor een kat uit je zak
Ik vroeg het de 70 ambassadeurs van de stad
‘Branding, mijnheer; in de kerk van het kloeke
merk wordt wie dat wil genomen – typisch T!’
70 paar ogen gluurden begerig naar mijn gat
Praatjes vullen geen gaatjes, dus vroeg ik het
in de schamele, ijs en weder dienende wijken
de rondslingerende lijken; die vullen gaatjes
in de grond, maar doen daarvan geen kond
Vertel vertel, o vuilnisman, het laatste nieuws
uit mijn stad, jij die overal komt en alles hoort
Je staat tussen barstende containers en troep
en zwijgt en zwoegt voort