- dichters |
- dichttalent |
- shop |
- colofon |
- contact |
Ik vroeg de vuilnisman naar het laatste nieuws
uit mijn stad, hij die overal komt en alles hoort
Hij stond tussen barstende containers en troep
en zweeg en zwoegde voort
Hoe gaat het met haar kerken, haar moskeeën
haar woonflats en kantoren, waar ik iedere lijn
van ken; met haar strikt per buurt gescheiden
klassen, haar tochtgaten en karkassen?
Ik vroeg het de vuilnisman, hij toonde zijn kar
Daarop prijkten kindernamen, alsook het credo
‘eeuwig schoon’, dat de burger aanzet tot hoon
dus hij zweeg en zwoegde voort
Ik vroeg het de supporter en de tricolore, wier
facie, na menig fletse prestatie, van kleur leek
ontdaan, doelloos dribbelend in de witte baan,
alsof de blauwe en rode nooit hadden bestaan
Ik vroeg de straatkrant dealer of hij het soms
wist, wierp wat geld door het gat in zijn hand
Hij droomde van een auto, het werd een kist
Het gat bleek te groot om te worden bemand
Ik vroeg de trommelaars uit het verre Noord
of ze buiten hun slagen iets hadden gehoord
beseffend dat hun kordaat geroffel bij vlagen
het antwoord vormt op nooit gestelde vragen
wordt vervolgd