Nick J. Swarth



<< alle dichters

biografie
Bookmark and Share

Stad van dwergen

Swarth gaat om, Swarth gaat om en raast door
X-burgs aders en zoekt een ziel
en vindt geen hart en stuit op schamele vaders.

‘Mijn mama woont hier en ik ook.’ Goed zo meisje.
Je moet toch ergens wonen.
Leentje leerde Lotje lopen om de bolle Lindeboom.
En waar leert Lotje Lieke lopen?
Om haar eigen hersenstam. Hoe of dat zo kwam?

Mysterieuze manifestaties. Een huis op een rotonde.
De een ziet het wel, de ander niet.
Het beeld wordt in de kiem gesmoord door dwergen,
meningenmannetjes met de lengte
van een seconde en van het kletsen rode monden.

Man met hamer (en ketting) zeikt op kruik, gooit
hem stuk, danst op de scherven.
Wat te doen met het gruis dat wij thans beërven?

Branden wij een kaars voor Kees de Sloper.
Op een bord vol pionnen was de Sloper de loper.
Kees de Sloper, kop van Jut,
verlos ons van de armoe en het kleine grut.