Nick J. Swarth



<< alle dichters

biografie
Bookmark and Share

Manteltrouw

Ik wil graag een mens zijn, zei hij. En hij stierf.
Maar zo knullig dat hij dagenlang zwierf, als een
ritselende buil, door de stad die hij zich wenste als
zijn kuil.

           */
           Deurwaarder Tijd is zijn horloge kwijt.
Toch ontluikt deze grijsaard ieder voorjaar nog
en onder zijn groene dak maakt men graag een
praatje. Wel klonteren zijn petites histoires:
‘Die skybox bij de Tricolores, met de Giselbertjes,
pater Peerke en pronte Miet, was dat nu gisteren
of verleden jaar?’
            Zijn Stadje past al niet meer op zijn schoot.
Sjoert hoe ze sjanst en danst, haar bajonettekes bloot!
Niet dat hij haar nooit eens de mantel heeft uitgeveegd.
Hij sloeg haar kaal.
           En zij sloeg terug. Thans zoent ze met die van
Economie. Vitale heet-ie. Of ze steekt bij die van Bloei.
Ge wit wel, Culturele.
Trouwens, als je niet veel schoenen hebt
en graafmachines kruipen grommend rond in
zeg een blouse of trui
en andere naar koffie neigende kleuren
ligt het dan niet voor de hand om paren te hebben
die zich met alles uit je garderobe laten combineren?

           */
           Boodschappen bij de Aldi, een doordeweekse
dag. Het skelet van een flat aan
          de voet van een sijpelende kraan. Noties in
steen en been, straten die lijnen.
          Niet wij zijn in de stad, de stad is in ons.