- dichters |
- dichttalent |
- shop |
- colofon |
- contact |
Er zijn bloemen die ’s nachts ontluiken
In het donker zijn alle katjes grijs
Er is een reden om er niet aan te ruiken
ze geven hun stek niet prijs
Ochtend in de stad, de stad die telt,
haar neuzen telt (tweehonderdduizend)
haar zielen telt (tweehonderdduizend)
haar koppen bij elkaar steekt en begint
te schikken
boeketjes gedruis in geuren en kleuren
kakelbonte vlaggetjes, mild geurend,
hartverscheurend, soms ronduit onfris
Er zijn bloemen die ’s nachts ontluiken
Er is een stad die telt, haar zegeningen
telt en vooroordelen velt:
Ik ben niet die ik was, die men verwacht
eerder distel met roos, stengel in doos
schiet prijs, mijn lief, schiet prijs
Ik tel tot tweehonderdduizend – wie niet
weg is, is gezien, is
gezien in mij, tikkend op een ei (de dag
is nog maar net begonnen