- dichters |
- dichttalent |
- shop |
- colofon |
- contact |
Nu volgt het gedicht waarmee ik op 31 augustus in het Tilburgse paleis-raadhuis mijn opdracht als stadsdichter aanvaardde. Die datum was gekozen omdat het op de laatste zondag van augustus was, de dag waarop de Stichting Cools steeds de Boekenmarkt rond het Paleis organiseert, een prima ambiance om een stadsdichter te installeren. De laatste regel van het gedicht wijst vooruit naar de naderende dood van de toenmalige burgemeester, Johan Stekelenburg, die op dat moment een terminale patient was.
Te doen
Geen holle grootspraak om jou aan te prijzen
Mijn stad die soms wat onbeduidend oogt
Ik zal de mensen op jouw waarde wijzen
Niet op gezeur waar elke plaats op boogt
Geen groene wei of paarse hei, gevechten
Uit oude tijden om het nooit verknald
Geboorteland dat niemand ooit zal knechten
En iedereen - blabla! - zo goed bevalt
Nee, niet meer dan gelatenheid doorbreken
En woorden vinden voor wat leeft maar zwijgt
Tilburgers geestkracht in hun donder steken
En luisteren naar wat de waan ontstijgt
Grimlachen, als een vos de passie preken,
Maar troostend zijn voor wie er onheil dreigt