JACE van de Ven



<< alle dichters

biografie
Bookmark and Share

Nieuwjaarsgedicht

De eerste uitzending van 2004 was dan mijn nieuwjaarsgedicht aan de beurt waarvoor ik opdracht had gekregen van de stadsdichterscommissie. Het is een cynisch vers geworden, misschien literair niet van hoog gehalte, maar ik toon het toch om te laten zien dat veel van de problemen die in 2003 golden, nog gelden en dat er een poging is gedaan om aan de opdracht een vers over nieuwjaar te schrijven te voldoen.

Nieuwjaarsgedicht


Wat zullen we ons heugen van het vorig jaar?
De vogelpest, de nieuwe rijen werkelozen
Friso en Mabel, zomerzweet, het zangerspaar
Jim en Jamai, leed in Irak, of al die boze
Pensioengerechtigden die terecht vrezen uit
Te schuiven straks, net als de andere machtelozen
Die wij niet willen laten delen in de buit.

Dankzij de managers van heel ons grootbedrijf
Brengt pikken wat je pikken kunt de hoogste status
Met Kerst en Nieuw dineren we, rib uit ons lijf
Drie uur met sjieke wijnen, kaarslicht en cantates
We kotsen later op de plee wat niemand ziet
En wassen onze handen schoon als eens Pilatus
Maar onze idealen zijn voorgoed failliet

Pas op dat u het onrecht niet gaat zien, het licht
Schijnt langer elke dag, dus knijp uw ogen dicht!

Nu we toch bezig zijn doe ik het nieuwjaarsgedicht voor 2005 er ook maar meteen bij, het is wat milder dan het vorige, omdat het niet uitnodigt om de ogen te sluiten, maar om iets aan het almaar voortdurende onrecht te doen.

Van welk Chinees beestje dit jaar ook mag wezen
En wat voor gesternte er naarstig op schijnt
Of welke verdwazing het straks ondermijnt
Ik wens je een jaar om van niets iets te vrezen
Dat doven de mooiste muziek mogen horen
De blinde de prachtigste kleuren ontwaart
De eenzame vriendschap en liefde ervaart
En zelfs in stikdonker een lichtje zal gloren

Dat toch ergens iemand bestaat die gebeden
Verhoort en dat vrede het hoogst wordt geacht
En dat je gezond blijft van lijf en van leden
En alle kwaad afketst op jouw geesteskracht
Dit jaar stellen wij samen orde op zaken
Niet langer aan vage verlangens ten prooi
De wereld is altijd wat wij ervan maken:
Gewelddadig lelijk of weldadig mooi!