- dichters |
- dichttalent |
- shop |
- colofon |
- contact |
De benoemingscommissie had de stadsdichter van Tilburg tijdens zijn eerste jaar gevraagd om minstens zes gedichten te maken, drie over door hen gekozen onderwerpen en drie naar eigen inzicht. De commissie wilde gedichten over nieuwjaar, het Festival Mundial en de Kermis. Het gedicht over nieuwjaar leest u verderop waar ik enkele versjes presenteer van de vele die ik maakte voor het Regio TV programma Afzender Gemeente Tilburg. Hier het gedicht over Festival Mundial. Gedicht is een groot woord, omdat het een soort van kinderliedje is. Waarom ik voor die vorm koos? Daarom:
Festival Mundial is gedeeltelijk een moderne verschijningsvorm van een oudtijds missie-fancy fair en gedeeltelijk een popfestival voor de liefhebbers van wereldmuziek. Wie zit daar op de plaatselijke rijmritselaar te wachten, dacht ik. Daarbij had ik onlangs als jurylid van de door het Centrum van Ontwikkelingssamenwerking georganiseerde poëziewedstrijd Zuivere Koffie weer eens van dichtbij ervaren hoe moeilijk het is om een geëngageerd gedicht te schrijven. Ik bedoel een tekst die de lezer aanspreekt zonder dat ie zijn tenen krom hoeft te trekken. Alles wat riekt naar moraal is verdacht in onze maatschappij. En besluit je om met enig cynisme de onrechtvaardigheden in de wereld op een rijtje te zetten, dan zijn er altijd weer een stel die het maar cru vinden om met de trieste feiten om de oren geslagen te worden. Daarbij, een festival is een feest. Zeloten behoren voor- of achteraf actief te zijn.
Uiteindelijk besloot ik een Afrikaans en een Nederlands symbool te combineren, de baobab en de klompendans. Ik ging na of mijn kleinkinderen Jesse en Jordi van vier jaar tijd in hun agenda vrij konden maken. Mijn vrouw ging naar de Boerenbond om klompjes te kopen en zelfs de kleuterjuf uit Nieuwkuijk hielp mee om kleinzoon Jesse alvast de klompendans te leren. Op het off-off-podium dat ons was toebedeeld, mocht hij dan ook het spits afbijten. ’Simpe, sampe, sompe, kijk we hebben klompen. En we doen ons sjaaltje aan, omdat we samen dansen gaan: klepper de klepper de klep klep klep’, zong hij onverwacht luid. Nou, dat was alvast een begin waar het publiek niet van terug had. Ik speelde voor baobab en viel in onvervalst rapritme onmiddellijk daarna in: ‘Hé jongens en meisjes, kom zet je schrap voor de klompendans rond de baobab’. De dansprestatie van mijn kleinkinderen was misschien niet voor de volle honderd procent vlekkeloos, maar toen ik rapte: ‘En geef een klap op de baobab’, deden ze dat met veel overtuiging. Het tweede couplet ging over een leeuw. Met een oranje-EK-staart aan hun broek kropen Jesse en Jordi grommend om me heen, totdat ik de laatste regel uitsprak: en toen gaf de leeuw een enorme schreeuw Toen gilden ze zo hard ’iiiiieieieiek!!!’ dat mijn oren er nu nog van tuiten. Bij het volgende couplet over de familie aap die in de boom woonde en apebrood at, moesten ze zich vlooien en weer een couplet later speelden ze als kinderen. Dat was het moeilijkst. Iets spelen wat je normaal doet, valt voor niemand mee. Je doet het te nadrukkelijk. Het vertekent evenzeer als naar je eigen hartslag luisteren: voor je het weet slaat die op hol. Maar mogelijk heeft niemand in de gaten gehad dat het strakke regieconcept even met voeten getreden werd. Toen wij, de baobab en de klompendansers, van het podium dansten, vonden we onze act zelf heel geslaagd, al kan ik me voorstellen dat u, als u het toevallig gezien hebt, daar anders over denkt. Ik heb allerminst het idee dat het veel voorstelde wat wij deden, maar een betweterig gedicht over mondiaal onrecht, was nog erger geweest. Hè, stadsrijmelaar, geen woorden maar daden, zou ik bij iedere zin gedacht hebben.
Mundial
De klompendans rond de baobab
hé jongens en meisjes, kom zet je schrap
voor de klompendans rond de baobab
kom naar voor
middendoor
recht of krom
om en om
en nu geef een klap op de baobab
bij de baobab woonde eens een leeuw
meestal sliep die vast en liet soms een geeuw
Jan muskiet
zag hij niet
maar die zat
op zijn gat
en toen gaf de leeuw een enorme schreeuw
de familie aap woonde in de boom
en at apebrood met kandij en room
baobab
appelsap
smikkelsmul
lekker spul
elke nacht ik weer van die apen droom
rond het middaguur in de zonneschijn
speelden rond de boom alle kindjes klein
eromheen
een voor een
en terug
vliegensvlug
wie het laatste rond is die moet hem zijn
jullie horen wel: bij de baobab
kon je altijd giechelen om een grap
wit of zwart
zacht of hard
kort of lang
stoer of bang
bij de baobab om de haverklap